
Kinderen groeien steeds vaker op in armoede
Elsbeth Stoker − 15/12/10

Het
aantal werkende armen is gestegen tot 576 duizend. Voor het
eerst in jaren stijgt het aantal kinderen dat opgroeit in
armoede weer (ruim 9 procent). En de kans dat een
éénoudergezin te weinig geld heeft, is inmiddels meer dan 25
procent.
Dit zijn de belangrijkste
conclusies uit het Armoedesignalement 2010 van het Sociaal
en Cultureel Planbureau (SCP) en het Centraal Bureau voor de
Statistiek (CBS) dat vandaag verschijnt. De cijfers hebben
betrekking op 2009.
De verslechtering is voornamelijk toe te schrijven aan de
recessie. Hierdoor zijn de inkomsten van bijvoorbeeld
zelfstandigen gedaald. Daarnaast verloren meer mensen hun
baan.
Moeite om de rekening te betalen
Armoede in Nederland betekent in praktijk dat je moeite hebt
om je rekeningen te betalen; bijna vier op de tien armen
komt zeer moeilijk rond. Arme gezinnen kampen vaker met
betalingsachterstanden.
Daarnaast zegt 11 procent van de ondervraagden die op of
onder de lage inkomensgrens vallen, dat het niet lukt om de
dag een warme maaltijd met vlees, kip of vis op tafel te
zetten. Bijna vier op de tien armlastigen zeggen te weinig
geld te hebben om regelmatig nieuwe kleren te kopen.
Opvallend is ook dat het aantal mensen dat wél werkt, maar
toch arm is, is toegenomen. Niet procentueel, maar wel in
absolute getallen. Inmiddels telt Nederland 576 duizend
werkende armen. Deze werkende armen maken een steeds groter
deel uit van de totale groep armen. Oftewel, 59 procent van
de armlastigen heeft gewoon een baan. Tien jaar geleden was
dat nog 50 procent. Deze stijging komt vooral voor rekening
van de zelfstandigen, die vaak te weinig verdienen om goed
rond te komen. Ruim 10 procent van de zelfstandigen valt in
deze categorie.
Verschillende definities armoede
De onderzoekers gebruikten verschillende definities van
armoede. Bij alle definities blijkt dat het aantal armen is
gestegen, de aantallen en percentages vallen iets anders
uit. Volgens het niet-veel-maar-toereikendcriterium van het
SCP leefden 971 duizend Nederlanders (453 duizend
huishouderns) in 2009 in armoede, oftewel 6,2 procent.
In 2008 was dit nog 5,5 procent. Meer dan eenderde van hen
is al drie jaar of langer arm.
Gebruik je de lage inkomensgrens van het CBS dan ligt het
aantal nog hoger, op 1,1 miljoen mensen.
Alleenstaande ouders
De grootste kans op een leven met te weinig geld hebben
alleenstaande ouders met minderjarige kinderen (27 procent),
bijstandsgerechtigden (65 procent) en alleenstaande
65-minners (17 procent). Ook allochtonen zijn vaker arm. Dit
geldt voor mensen met Turkse en Marokkaanse wortels, maar
ook voor migranten uit Oost-Europa.
Als je kijkt naar de regionale spreiding van armoede, dan
blijkt dat vooral in Amsterdam, Den Haag en Rotterdam veel
mensen wonen die weinig te besteden hebben. Maar ook
Zuid-Limburgse steden als Vaals en Heerlen scoren slecht.
Wanneer is iemand arm?
In het rapport wordt gewerkt met vier definities van
armoede. Onderzoekers van het SCP werken met het
niet-veel-maar-toereikendcriterium. Deze inkomensgrens is de
optelsom van de minimaal vereiste uitgaven voor voedsel,
kleding, woning en het sociale leven. Voor een alleenstaande
lag deze grens in 2009 op 980 euro per maand.
Voor een eenoudergezin met twee kinderen was dit 1.490 euro
per maand. Het CBS stelt de lage-inkomensgrens centraal. Dit
was in 2009 930 euro voor een alleenstaande, en 1.400 euro
voor een eenoudergezin met twee kinderen.
Daarnaast is er nog de beleidsmatige inkomensgrens (870 euro
voor een alleenstaande) en het basisbehoeftecriterium (878
euro voor een alleenstaande).