
Debat: De Hardwerkende Rotterdammer
SP ROTTERDAM NIEUWS
16-12-2010
Woensdagavond stond Arminius in het teken van de
'Hardwerkende Rotterdammer.' Leo de Kleijn van de SP en
Ronald Buijt van Leefbaar Rotterdam gingen hierover met
elkaar in debat. Beiden hadden één overeenkomst: werk
moet lonen. Het verschil tussen het bijstandsniveau en
het minimumloon moet daarom groter worden. Daar hielden
de overeenkomsten ook op, want daar waar Leefbaar vindt
dat de bijstandsuitkering nog verder naar beneden kan,
daar vindt de SP dat het minimumloon omhoog moet.
Na een korte opening van Ron van de Rhee (journalist
tv-Rijnmond) mocht Buijt het standpunt van Leefbaar
Rotterdam toelichten. “Werk moet lonen” stond centraal in
zijn betoog, iets waar de SP zich in kan vinden. Zij denken
dat het verlagen van de bijstand de toverformule is om de
werkloosheid aan te pakken en armoede in Rotterdam te laten
verdwijnen.
De Kleijn mocht vervolgens reageren op Buijt en daarnaast natuurlijk het SP standpunt toelichten. De Kleijn: “Leefbaar Rotterdam doet net of de bijstand de hemel op aarde is , maar dat is het voor de overgrote meerderheid zeker niet. De bijstand garandeert enkel een bestaansminimum wat wij als rijke samenleving willen garanderen.” Dat het bestaansminimum in Nederland onder druk staat, blijkt wel uit het ‘Armoedesignalement 2010’ van het Sociaal Cultureel Planbureau (dat woensdag werd gepresenteerd): het aantal kinderen dat opgroeit in armoede is inmiddels 9 procent en de kans dat een éénoudergezin te weinig geld heeft, is inmiddels meer dan 25 procent. Opvallend is ook dat het aantal mensen met een baan en toch arm is, is toegenomen tot 576 duizend. Als je kijkt naar de regionale spreiding van armoede, dan blijkt dat vooral in Amsterdam, Den Haag en Rotterdam veel mensen wonen die weinig te besteden hebben.
De Kleijn: “Het grootste probleem is dat werk aan de
onderkant van de arbeidsmarkt vooral bestaat uit pulparbeid,
flexibele banen en te lage lonen.” De SP vindt ook dat werk
moet lonen, maar zoekt de oplossing in het verhogen van het
minimumloon, het mogelijk maken om deeltijdbanen te
accepteren in de bijstand en het garanderen van CAO-lonen en
arbeidsomstandigheden door uitzendbureaus. Waar Leefbaar en
de SP elkaar konden vinden was op het doen van fiscale
maatregelen voor de laagste inkomens, waardoor de lasten
voor de werkgever niet stijgen, maar waardoor de werknemer
netto wel meer overhoudt.
Will Tinnemans, auteur van ‘Onzeker bestaan, leven aan de
rafelrand van de arbeidsmarkt’ schetste hoe het leven aan de
onderkant van de arbeidsmarkt er echt uitziet. Echte bittere
armoede kennen we in Nederland natuurlijk niet, maar om in
Nederland sociaal mee te kunnen doen, heb je iets meer nodig
dan het bestaansminimum. Vooral voor kinderen is het
desastreus om in armoede te leven en op te groeien: zij
worden buitengesloten op school omdat ze niet mee kunnen met
de nieuwste trends. Tinnemans onderscheidde drie oorzaken
die hebben geleid tot werkende armen: (1) marktwerking en
privatisering hebben ertoe geleid dat werkgevers alleen nog
op arbeid met elkaar kunnen concurreren, (2) de
globalisering, met name het wegtrekken van arbeid naar lage
lonen landen en (3) het activerende arbeidsmarktbeleid.
Tinnemans: “Mensen aan de onderkant van de samenleving
rollen van de ene baan in de andere. Ze werken dan weer drie
dagen daar, vervolgens twee maanden hier en dan hebben ze
een paar weken geen werk. Hierdoor kunnen deze mensen
zichzelf nooit ontwikkelen, doorgroeien en een zeker bestaan
opbouwen met een veilige toekomst is al helemaal niet aan de
orde.”
Tinnemans vroeg aan Buijt en De Kleijn om te doen wat
binnen hun macht als gemeenteraadslid ligt. Zij kunnen de
Gemeente Rotterdam dwingen alleen in zee te gaan met
bedrijven die een sociale bedrijfsvoering garanderen.
Daarnaast kan de Gemeente Rotterdam ervoor zorgen dat er
ruimere voorzieningen voor mensen aan de onderkant van de
arbeidsmarkt worden gecreëerd.
Leo de Kleijn sprong hier direct op in en stelde dat wat
hem betreft de Gemeente Rotterdam per direct alleen nog maar
bedrijven inhuurt die een sociaal personeelsbeleid voeren,
niet alleen voor aanbestedingen in de bouw, maar ook de
schoonmakers in het stadhuis, de catering en de beveiliging.
De Rhee: “De gemeente kan verder gaan dan alleen Fairtrade Max Havelaar koffie schenken.”
Leo de Kleijn deed aan het eind van de avond nog een
voorstel aan Leefbaar: “Laten we de vrijstelling voor de
afvalstoffenheffing verhogen tot inkomens tot 150 procent
van het minimum inkomen (nu 120 procent). Leefbaar leek toe
te happen, maar krabbelde een beetje terug door te stellen
dat dit dan voor alle Rotterdammers moet gelden. Buijt
vergat dat ook de straatlantaarns moeten blijven branden en
de vuilnis opgehaald dient te worden. De Kleijn: “Belasting
betalen is geen straf. Doordat we belasting betalen hebben
wij in Nederland een verzorgingsstaat kunnen opbouwen,
waardoor wij geen bittere armoede kennen.”
Na een vruchtbare avond kon geconcludeerd worden dat
Leefbaar vooral lijkt te willen scoren door in te spelen op
het onderbuikgevoel van veel Rotterdammers. Daarbij richt
het zich op het onbehagen dat veel ‘hardwerkende’
Rotterdammers voelen over het feit dat zij hard werken, en
daarbij het gevoel hebben dat deels te doen om die
bijstandtrekker op zijn zitzak te kunnen laten zitten. De SP
kiest ervoor om de omstandigheden van de mensen aan de
onderkant van de arbeidsmarkt te verbeteren, zonder de
bijstandgerechtigden te pakken, want daardoor krijgen de
werkende armen het echt niet beter.