het regeerakkoord over werken, inkomen
en zorg
Op donderdag 30 september
2010 hebben Rutte en Verhagen het regeerakkoord
“Vrijheid en verantwoordelijkheid” gepresenteerd. Naast
het regeerakkoord is er ook een financiële bijlage
gevoegd. Daarnaast heeft ook het CPB een notitie
“Analyse economische effecten financieel kader”
gepresenteerd.We hebben de maatregelen op het terrein
van de sociale zekerheid uit deze drie rapporten onder
elkaar gezet. Op deze wijze willen we inzicht
verschaffen over de maatregelen op het terrein werk en
inkomen. (bron SPOC-ZH)
A. In
het regeerakkoord staat op bladzijde 44 en 45 het volgende:
1.
In de WWB komt een wettelijke plicht tot tegenprestatie naar
vermogen.
2.
Het kabinet wil toe naar één regeling voor de onderkant van
de arbeidsmarkt, die de WWB, Wajong en de WSW hervormt.
3.
Voor jongeren die volledig en duurzaam arbeidsongeschikt
zijn blijft de Wajong bestaan.
4.
Mensen met een indicatie voor een beschutte werkplek houden
toegang tot de WSW.
5.
Huidige WSW-ers worden niet herkeurd en kunnen gewoon op hun
WSW-werkplaats blijven werken.
6.
Arbeidsgehandicapten met een beperkte verdiencapaciteit
worden zoveel mogelijk via loondispensatie aan de slag
geholpen bij reguliere werkgevers. Voor deze groep is een
regeling voor begeleid werken beschikbaar, met
loonaanvulling tot maximaal het wettelijk minimumloon en
persoonlijke voorzieningen (begeleiding, aanpassing
werkplek).
7.
Overige middelen voor re-integratie worden alleen nog
selectief ingezet voor kwetsbare groepen op de arbeidsmarkt.
8.
In de WWB wordt de bijstand voor inwonenden afgeschaft en
wordt de toets op het partnerinkomen vervangen door een
toets op het huishoudinkomen.
9.
Voor jongeren tot 27 jaar geldt dat zij werken, leren of
stage lopen. De voorwaarden en sancties voor jongeren tot 27
jaar die een beroep doen op de bijstand (Wet investeren
Jongeren) worden aangescherpt. Zolang men zich kan scholen,
dient een beroep op studiefinanciering te worden gedaan; dat
gaat boven bijstand.
10.
De dubbele heffingskorting in referentieminimumloon wordt
geleidelijk afgebouwd (vanaf 2012 in 20 jaar).
11.
De inkomensgrens van gemeentelijk minimabeleid wordt
genormeerd.
12.
Bij investeren en aanbestedingen van diensten moet de
Rijksoverheid net als veel gemeenten aandacht besteden aan
stage- en leerwerkplekken voor kwetsbare groepen.
13.
Hardere aanpak fraude uitkeringen. Onterecht verstrekte
uitkeringen zullen daadwerkelijk worden teruggevorderd,
ongeacht de hoogte van de fraude. Bijstandgerechtigden
worden bij fraude bestraft met het inhouden van de uitkering
gedurende drie maanden.
14.
Het kabinet wil de regeldruk en de bureaucratie in de
sociale zekerheid terugdringen door minder en gerichter
toezicht door de Arbeidsinspectie.
Verder staan er voor sociale diensten relevante passages in
het regeerakkoord over: WMO, inburgering,
arbeidsparticipatie/kledingvoorschriften en jeugdzorg.
ABWZ/WMO (p. 37)
15.
De functies dagbesteding en begeleiding kunnen het best
dichtbij de cliënt geregeld worden. Zij passen daarom beter
binnen de systematiek van de wet maatschappelijke
ondersteuning (Wmo) dan bij de AWBZ. De gemeente kent deze
mensen en hun situatie beter dan de logge zorgkantoren.
Daarom worden de functies dagbesteding en begeleiding
overgeheveld van de AWBZ naar de Wmo.
Inburgering/integratie (p. 26)
16.
Migranten en asielzoekers dragen zelf zorg voor hun
inburgering in ons land. Voor degenen die hiervoor over
onvoldoende middelen beschikken, komt het kabinet met een
sociaal leenstelsel dat inhoudt dat de lening wordt
terugbetaald.
17.
Het zwaarwegende belang van arbeidsparticipatie en
integratie in Nederland heeft ook gevolgen voor de
inrichting van het stelsel van sociale zekerheid.
18.
Indien gedrag of kleding van iemand feitelijk zijn kansen op
beschikbaarheid voor de arbeidsmarkt beperkt, volgt een
weigering, korting of intrekking van een uitkering op grond
van de Wet Werk en Bijstand (WWB). Zo nodig zal het kabinet
daartoe met een voorstel komen.
Jeugdzorg (p. 20)
Er
bestaat grote zorg over het functioneren van de jeugdzorg.
De huidige manier waarop de jeugdzorg is georganiseerd en
opereert zal een wezenlijke verandering moeten ondergaan. De
effectiviteit van de jeugdzorg moet worden verbeterd door
een stelselherziening. Het kabinet zal hiertoe de volgende
maatregelen nemen:
19.
Er moet één financieringssysteem komen voor het
huidige preventieve beleid, de huidige vrijwillige
provinciale jeugdzorg, de jeugd LVG (licht verstandelijk
gehandicapten) en jeugd-ggz.
20.
In lijn met het advies van de Parlementaire Werkgroep
Toekomstverkenning Jeugdzorg, worden gefaseerd alle taken op
het gebied van jeugdzorg overgeheveld naar de gemeenten. Het
betreft hier: jeugd-ggz (zowel AWBZ als
Zorgverzekeringswet), provinciale jeugdzorg, gesloten
jeugdzorg, jeugdreclassering, jeugdbescherming en licht
verstandelijk gehandicapte jeugd. Preventie en vrijwillige
hulpverlening wordt in goede afstemming met gedwongen
hulpverlening georganiseerd door (samenwerkende) gemeenten.
21.
De Centra voor Jeugd en Gezin die inmiddels gerealiseerd
zijn, zullen bij de overheveling naar de (samenwerkende)
gemeenten gaan dienen als front office voor alle jeugdzorg
van de gemeenten.
B.
Het regeerakkoord kent ook een financiële bijlage.
In de
financiële bijlage bij het regeerakkoord staat:
- De
bestaande budgetten voor WAJONG, WSW en WWB worden
ontschot.
- Met
ingang van 1/1/ 2012 wordt de Wajong alleen toegankelijk
voor volledig en duurzaam arbeidsongeschikten.
- De
bestaande Wajong-populatie zal vanaf 1/1/2012 worden
ingedeeld in ‘volledig en duurzaam’ arbeidsongeschikt en
‘gedeeltelijk’ arbeidsongeschikt, waarbij de uitkering
van gedeeltelijk arbeidsongeschikten per 1/1/2014 wordt
verlaagd naar 70% WML.
-
Huidige WSW-ers worden niet herkeurd.
- De WSW
blijft bestaan voor mensen die geïndiceerd zijn voor een
beschutte werkplek.
- Het
systeem van loondispensatie dat in de Wajong bestaat
wordt ook mogelijk voor nieuwe instroom met een
indicatie ‘begeleid werken’. Deze mensen ontvangen een
beloning (loon en/of een aanvulling daarop) tot maximaal
WML.
-
Bestaande groepen worden ontzien. Wel zal hierdoor de
wachtlijst in de WSW worden beperkt.
- Het
subsidiebedrag per WSW-plek zal worden afgestemd op
eerder doorgevoerde wijzigingen in de WSW-CAO.
- Door
samenvoeging van de re!integratie en
begeleidingsbudgetten kunnen deze middelen gerichter en
efficiënter worden ingezet, waarbij speciale aandacht
zal worden besteed aan mensen met een arbeidshandicap.
- Ook
het budget voor bemiddeling van het UWV zal gerichter
worden ingezet.
- In de
WWB wordt de bijstand voor inwonenden afgeschaft en
wordt de toets op het partnerinkomen vervangen door een
toets op het huishoudinkomen (met een beperkte
vrijlatingsregeling voor minderjarige kinderen).
- De
voorwaarden en sancties voor jongeren tot 27 jaar die
een beroep doen op de bijstand (Wet investeren Jongeren)
worden aangescherpt. Bij vaststelling van het zogenoemde
I-deel wordt hier rekening mee gehouden.
- De wet
Vazalo zal niet in werking treden.
- De
WWIK wordt m.i.v. 2012 afgeschaft, waardoor dezelfde
polisvoorwaarden gaan gelden als in de WWB.
- Om de
armoedeval te beperken wordt de inkomensgrens van het
gemeentelijk inkomensbeleid genormeerd op maximaal 110%
WML, zodat inkomensaanvullingen gerichter worden
verstrekt.
-
Uitkeringsfraude wordt harder aangepakt.
Uitkeringsfraude wordt bestraft met het inhouden van de
uitkering gedurende 3 maanden.
- De
functies dagbesteding en begeleiding gaan over van de
AWBZ naar de WMO. 2013 is een overgangsjaar, waarbij
gemeenten verantwoordelijk zijn voor de mensen die zich
na 1 januari 2013 melden. Vanaf 2014 ligt de
verantwoordelijkheid geheel bij gemeenten. De eerste
jaren leidt de overheveling tot transitiekosten; de
opbrengst van 0,14 mld vanaf 2014 is een netto reeks.
C. Ten
slotte in de notitie van het CPB staat:
- De
bijstandsuitkering wordt vanaf 2012 in 20 jaar verlaagd.
In de berekening van het sociaal minimum wordt niet
langer met tweemaal de algemene heffingskorting
gerekend, maar eenmaal. Door de hogere belasting- en
premiedruk daalt het sociaal minimum, dat als basis
dient voor de bepaling van de bijstand, uiteindelijk met
ongeveer 2000 euro op jaarbasis.
- De
doelgroep van de zorgtoeslag, die bij ongewijzigd beleid
sterk toeneemt, wordt beperkt doordat huishoudens een
groter deel van hun inkomen (3,5% WML voor
alleenstaanden, 7% WML voor meerpersoonshuishoudens,
6,5% van meerinkomen boven WML) het zelf aan zorg moeten
betalen voordat ze in aanmerking komen voor zorgtoeslag.
- Het
kindgebonden budget wordt beperkt tot twee kinderen en
bevroren in 2012-2015. De verhoging voor het tweede
kind, die voor 2011 is aangekondigd, vervalt hiermee
weer in 2012.
- Het
maximum uurtarief voor de kinderopvang (dagopvang) wordt
verlaagd tot ongeveer 6 euro; de vergoeding voor tweede
kinderen wordt verlaagd.
- Het
normpercentage in de zorgtoeslag wordt voor
alleenstaanden verhoogd van 2,7% tot 3,5% en voor
meerpersoonshuishoudens van 5% naar 7%. Daarnaast wordt
het afbouwpercentage verhoogd van 5% naar 6,5%. Dit
leidt tot een ombuiging van 1,9 mld euro in 2015 en 2,2
mld euro structureel (F.2).Daarnaast leiden de
ombuigingen op de terrein van de zorg tot een lagere
zorgtoeslag van 0,1 mld euro in 2015. Ten slotte wordt
er een vermogenstoets ingevoerd in de zorgtoeslag
waardoor 0,2 mld euro wordt omgebogen (F.16).
- Het
maximumuurtarief voor de kinderopvangtoeslag (dagopvang)
wordt verlaagd naar ongeveer 6 euro. Daarnaast wordt de
kinderopvangtoeslag beperkt door aanpassing van de
tabellen (F.5). Het kindgebonden budget wordt beperkt
door per 2012 de beoogde verhoging per 2011 terug te
draaien. Ook wordt afgezien van de jaarlijkse indexering
tot en met 2015 en wordt de oploop van de bedragen per
kind vanaf het derde kind afgeschaft (F.4). Ten slotte
wordt er voor het kindgebonden budget een vermogenstoets
ingevoerd (F.17) en wordt de kinderbijslag voor nieuwe
gevallen niet meer geëxporteerd naar landen buiten de EU
(F.13). De totale ombuiging op de kindregelingen is 0,4
mld euro.
- Door
beperking van de instroom (nieuwe gevallen) daalt tot
2015 het aantal sociale werkplaatsen met een derde. Voor
de groep die niet meer in aanmerking komt voor een
sociale werkplek, geldt een loondispensatiestelsel dat
wordt uitgevoerd door gemeenten. Het budget voor
begeleidingskosten voor Wsw-ers wordt verlaagd. De
budgetten voor Wajong, Wsw en Wwb worden samengevoegd,
wat tot een efficiëntere besteding van het geld leidt.
De besparing op de Wsw bedraagt 0,4 mld euro in 2015.
Omdat door beperking van de instroom het aantal mensen
dat in aanmerking komt voor de Wsw na 2015 verder daalt,
is de structurele besparing 0,7 mld euro.
-
Kortingen op de bemiddelingstaak van het UWV en op
re-integratiegelden van gemeenten en UWV leveren tezamen
een ombuiging van 0,4 mld euro.
- De
dubbele algemene heffingskorting in de bijstandsnorm
wordt in 20 jaar afgeschaft. De ombuiging in 2015 is 0,2
mld euro en structureel 1,1 mld euro. Bij deze bedragen
is rekening gehouden met de maatregelen op het terrein
van de Wajong en Wsw .
- De
Wajong wordt alleen toegankelijk voor volledig en
duurzaam arbeidsongeschikten. De bestaande
Wajongpopulatie wordt herkeurd. De uitkering wordt vanaf
2014 verlaagd naar 70% van het wettelijk minimum loon
(WML). De Wajong wordt uitgevoerd door gemeenten. In
2015 wordt hierdoor in totaal 0,2 mld euro bespaard. De
structurele besparing bedraagt 0,9 mld euro.
- De
boetes voor uitkeringsfraude worden verhoogd. Wanneer
iemand fraudeert met de bijstand wordt zijn of haar
uitkering voor drie maanden stopgezet. Dit levert een
ombuiging op van 0,2 mld euro in 2015.
- In de
Wwb wordt de bijstand voor inwonenden afgeschaft en
wordt de toets op het partnerinkomen vervangen door een
toets op het huishoudinkomen. De voorwaarden en sancties
in de Wij (Wet investeren in jongeren) worden
aangescherpt. De resulterende ombuiging is gelijk aan
0,1 mld euro.
- Het
recht op de Aow-uitkering gaat in op de dag dat men de
Aow-leeftijd heeft bereikt. Gemiddeld is dat een halve
maand later dan nu, waardoor een besparing van 0,1 mld
euro resulteert.
- De
overige ombuigingen betreffen afschaffing van de Wwik ,
invoering woonlandbeginsel voor de Wia, Anw,
kinderbijslag en kindgebonden budget , normeren lokaal
inkomensbeleid en beperken bijstand voor
huwelijksmigranten . Ook wordt de schuldhulpsanering
beperkt, worden werkgevers twee weken verantwoordelijk
voor het doorbetalen van het loon van zieke
uitzendkrachten en wordt bezuinigd op rechtsbijstand en
subsidies. Tot slot wordt de Aow-tegemoetkoming niet
meer uitgekeerd aan personen die een onvolledige
Aow-uitkering hebben en in dat kader een aanvullende
bijstandsuitkering aanvragen.
